Ik lees op dit moment: Ritme, Op zoek naar een terugkerende tijd, van Marli Huijer. Al heb ik nog maar twee hoofdstukken gelezen er is al veel herkenbaar van wat mevrouw Huijer schrijft.

Zo heeft ze het over het feit dat we nu heel veel dingen op iedere moment kunnen doen: boodschappen, een film kijken, een boek bestellen. Ochtend of avond. Dag of nacht. Moest je vroeger toch echt tot zaterdagavond half 9 in de avond wachten voor je de laatste aflevering van Zwiebertje kon kijken, nu kun je op YouTube alle herhalingen in een keer downloaden. Waar en wanneer je maar wilt. Heerlijk als je met een flinke griep in bed ligt, maar helemaal niet handig als je gewoon werk te doen hebt. Door al die ‘beschikbaarheid’ is het lastiger om te bepalen wanneer je wat doet. We hebben veel meer zelfbeheersing nodig om je niet te verliezen in alles wat mogelijk is.

Vandaag heb ik een ritme dat ik nog ken van toen ik als kind op de boerderij woonde in ere herstelt: theetijd. Om ongeveer 3 uur kwam mijn vader altijd even binnen van het werk dat hij buiten of in de stallen aan het doen was om een kopje thee te drinken in de woonkeuken. Soms bladerde hij wat in de krant ondertussen. Soms werd er gezellig even wat gebabbeld of serieus overlegd met mijn moeder. Het was een vaste pauze die ze iedere dag, naast een koffiepauze in de ochtend en de lunch namen. Als het werk erg druk was soms maar 5 minuten, maar in ieder geval 1 kopje thee. Elke dag. Ook in het weekend.

Vandaag heb ik tot theetijd wat schoonmaakwerk gedaan en na theetijd administratie en schrijven. Een vast breekpunt in de dag geeft ook een soort ritme. Bezig, bezig, pauze, bezig, bezig, pauze. Het vaste ritme van een soort dans. En ik hou van dansen!